samsung

De illusie van de toeslagenmiljonair

Het klinkt bijna als een filosofisch raadsel: wanneer is een rijk mens arm? Volgens sommige 'finfluencers' is dat wanneer je je winst in de BV oppost, jezelf een minimumloon uitkeert en vervolgens je hand ophoudt bij de overheid voor zorg- en huurtoeslag. Technisch gezien was dit in het verleden soms mogelijk door het verschil tussen fiscaal inkomen en werkelijk vermogen. Maar laten we eerlijk zijn: als jouw financiële strategie afhankelijk is van sociale voorzieningen die bedoeld zijn voor de minima, sta je op een heel wankel fundament.

De overheid is geen statisch orgaan. Regels ademen mee met de tijdgeest en in aanloop naar 2026 waait er een gure wind voor constructies die als 'maatschappelijk onwenselijk' worden gezien. De Belastingdienst koppelt steeds vaker datasystemen aan elkaar. Een ondernemer met een bv vol opgepotte winsten die privé leeft van toeslagen, valt door de mand. Het gaat hier niet alleen om de pakkans, maar om de mindset. Rijkdom zou moeten gaan over onafhankelijkheid en autonomie. Jezelf afhankelijk maken van complexe toeslagregels en de angst voor een controle, is het tegenovergestelde van vrijheid. Het is een vorm van mentale armoede waarbij je voortdurend over je schouder moet kijken.

Het einde van vrijblijvendheid in box 3

Een van de grootste hoofdpijndossiers voor vermogende Nederlanders blijft box 3. Jarenlang betaalden we belasting over een fictief rendement, ongeacht wat we daadwerkelijk verdienden. Na de bekende uitspraken van de Hoge Raad is het systeem op de schop gegaan, maar de definitieve overgang naar een stelsel op basis van werkelijk rendement laat op zich wachten en zorgt voor een complexe overgangsfase in 2026.

Voorheen was het parkeren van vermogen in de bv vooral een reactie op de lage rentes en de hoge fictieve heffing in privé. Nu de rentes weer iets genormaliseerd zijn en de fiscus steeds dichter bij het belasten van werkelijk rendement komt, verandert de afweging. De bv is niet langer een vluchthaven, maar een instrument voor timing.

In 2026 wordt het nog belangrijker om te beseffen dat beleggen in privé (box 3) en beleggen in de bv (box 2) fundamenteel andere risico's met zich meebrengen. In de bv kun je verliezen verrekenen, in box 3 (nog) beperkt. Voor de serieuze belegger biedt de bv-structuur in 2026 vooral rust en voorspelbaarheid. Je betaalt belasting over wat je echt hebt verdiend, niet over wat de staat denkt dat je hebt verdiend. Die eerlijkheid heeft een prijs (vennootschapsbelasting en later dividendbelasting), maar het beschermt je tegen de grillen van forfaitaire rendementen die de overheid vaststelt. Meer informatie over de actuele stand van zaken rondom het rechtsherstel en de overbruggingswetgeving vind je bij de Belastingdienst.

De schijnzelfstandigheid discussie laait op

Een aspect dat vaak vergeten wordt in de discussie over fiscale structuren, is de basis van het inkomen zelf. Veel van de 'slimme constructies' zijn gebaseerd op de aanname dat je als ondernemer (DGA) carte blanche hebt. Maar in 2025 en 2026 wordt de handhaving op schijnzelfstandigheid (Wet DBA en de opvolgers daarvan) fors aangescherpt.

Als jij werkt via een bv, jezelf een laag salaris uitkeert, maar in de praktijk feitelijk functioneert als een werknemer voor één opdrachtgever, loop je een enorm risico. De fiscus kijkt dwars door de juridische entiteit van de bv heen. Als zij oordelen dat er sprake is van een dienstbetrekking, stort je hele fiscale kaartenhuis in elkaar. Weg ondernemersaftrek (indien van toepassing in de holding-sfeer), weg fiscale voordelen, en welkom loonheffingen.

De vrijblijvendheid waarmee consultants en interim-managers zichzelf jarenlang als ondernemer hebben gepresenteerd, verdwijnt. Voor 2026 betekent dit dat je fiscale structuur niet alleen fiscaal waterdicht moet zijn, maar ook arbeidsrechtelijk moet kloppen. Een bv oprichten puur om belasting te besparen, terwijl je feitelijk gewoon werknemer bent, is een strategie die in het huidige handhavingsklimaat onhoudbaar is. De Rijksoverheid biedt duidelijke kaders over wanneer je wel of geen zelfstandige bent, iets wat elke DGA zich ter harte moet nemen.

Waarde toekennen aan je eigen arbeid

Er is een interessant psychologisch aspect aan het zogeheten 'gebruikelijk loon'. De wet schrijft voor dat een DGA zichzelf een marktconform salaris moet uitkeren. De trend onder 'fiscale optimizers' is om dit zo laag mogelijk te houden, vaak rond de €56.000 (afhankelijk van indexatie 2026), om de hoge belastingdruk in box 1 te vermijden.

Toch getuigt het van weinig financieel zelfvertrouwen om je eigen arbeid zo laag te waarderen. Als jouw bv twee ton winst maakt door jouw inzet, waarom zou je jezelf dan op de loonlijst zetten voor een fractie daarvan? Natuurlijk, belastingtechnisch is het voordelig om dividend uit te keren in plaats van salaris. Maar de fiscus accepteert dit spelletje steeds minder. De bewijslast ligt bij jou. Kun jij aantonen dat een vergelijkbare manager in loondienst ook maar €55.000 zou verdienen? Waarschijnlijk niet.

In 2026 zal de discussie over het gebruikelijk loon verschuiven van 'wat is het minimum dat mag' naar 'wat is redelijk gezien de winstgevendheid'. De afroommethode (waarbij het loon wordt gebaseerd op de omzet minus kosten en marge) wordt door rechters vaak toegepast bij vrije beroepen. Het risico van een correctie achteraf, inclusief boete, weegt vaak niet op tegen het directe voordeel. Het betalen van een reëel salaris is ook een vorm van rust kopen. Het voorkomt discussie en geeft je privé de financiële ruimte om te leven zonder dat je elke uitgave moet verantwoorden of moet lenen van je bv.

De holding als familiebank, niet als spaarpot

Wie verder kijkt dan het snelle geld, ziet de ware kracht van de holdingstructuur. Het gaat niet om het minimaliseren van belasting in jaar één, maar om het maximaliseren van vermogensgroei over decennia. De holding is in feite je eigen family office.

Het grote voordeel zit in de uitstel van belastingheffing. Winst die je niet uitkeert naar privé, maar herinvesteert binnen de holding, rendeert bruto door. Dit hefboomeffect is vele malen krachtiger dan een tijdelijke toeslag. In 2026 is de holding bij uitstek geschikt om te fungeren als financier voor de volgende generatie. Denk aan het verstrekken van een hypotheek aan je kinderen vanuit de bv. De rente die zij betalen is bij hen aftrekbaar (onder voorwaarden), en komt als rendement in jouw bv terecht. Het geld blijft in de familie, de bank blijft buiten spel en het rendement is zakelijk en verdedigbaar.

Dit vraagt echter wel om een lange horizon. Je moet bereid zijn om het vermogen juridisch los te laten van je privépersoon. Het geld is van de bv, niet van jou. Die mentale knop omzetten is voor veel ondernemers lastig. Ze zien de bankrekening van de zaak als een verlengstuk van hun portemonnee.

De valkuil van excessief lenen blijft actueel

Precies op dat punt – de bv als persoonlijke pinautomaat – heeft de wetgever een harde grens getrokken met de wet Excessief lenen bij eigen vennootschap. Ook in 2026 blijft de grens van €500.000 (exclusief eigenwoningschuld) van kracht. Alles wat je meer leent van je eigen bv, wordt hard belast als dividend.

Het lijkt aantrekkelijk om tot die grens te lenen en zo belastingheffing in box 2 uit te stellen. Maar schulden maken kwetsbaar. Een schuld aan je eigen bv moet ooit worden afgelost. Als je bedrijf in zwaar weer komt of je wilt stoppen, moet die rekening worden vereffend. Vaak is er dan geen liquide geld, waardoor je gedwongen wordt activa te verkopen of alsnog dividend uit te keren tegen een dan wellicht hoger tarief. Financiële wijsheid betekent dat je streeft naar een leven zonder onnodige schulden, ook niet aan je eigen bedrijf. De grens van vijf ton is een maximaal toegestane ruimte, geen doelwit om elk jaar aan te tikken.

Kies voor nachtrust en duurzame groei

De fiscale realiteit van 2026 vraagt niet om slimmere trucjes, maar om een volwassen strategie. De tijd van de 'belastingvrije miljonair' is voorbij, als die al ooit echt heeft bestaan buiten de theorieboekjes. De overheid dicht de gaten, koppelt data en eist een eerlijke bijdrage.

Wie zijn energie steekt in het ontwijken van belasting via complexe constructies, verliest focus op waar het echt om gaat: waarde creëren en vermogen opbouwen dat tegen een stootje kan. Een robuuste structuur met een holding, een reëel salaris en een heldere beleggingsstrategie levert op de lange termijn meer op dan het jagen op toeslagen. Het levert namelijk niet alleen financieel rendement op, maar ook gemoedsrust. En is dat uiteindelijk niet de grootste rijkdom die je kunt bezitten?

Terug
ereader